
Deze collectie werd verzameld door Zr. De Magdala Bocklandt. Zij verdeelde haar verzameling prentjes onder in zes afdelingen:
1. Mariaprentjes en bedevaarten
2. Allegorische prentjes 
3. Prentjes met scènes uit Oud en Nieuw Testament 
4. Prentjes van mannelijke heiligen
5. Prentjes van vrouwelijke heiligen
6. Varia: preservatiezantjes, suffragia, gebeden, kruisweg, leer van de kerk, symbolen, e.d. 

Deze verzameling bevat voornamelijk de doodsprentjes van de zusters. Het oudste dateert van 1824.
Daarnaast zijn er ook doodsprentjes van niet-zusters, professieprentjes, devotieprentjes, jubileumprentjes e.d.
Soms zijn de etsen de enige afbeeldingen van de personen die in het archief aanwezig zijn en vormen daardoor een interessante aanvulling.

Deze collectie wordt onderverdeeld per werelddeel: Afrika, Azië en Europa. Er worden gebruiksvoorwerpen bewaard, die o.m. een beeld geven van het dagelijks leven van de plaatselijke bevolking, de zusters en in de instellingen. Deze collectie groeit nog verder aan, door giften van de zusters en instellingen.
De kunstvoorwerpen uit Afrika
en Azië
zijn op twee manieren in het archief terechtgekomen. Een deel ervan waren geschenken die de algemene oversten kregen bij bezoeken aan de missies. Een ander deel werd gebruikt in grote missietentoonstellingen en had dus eerder een educatieve rol. De objecten werden dan ook voor die reden aangekocht of verzameld.
De Europese collectie bestaat, naast de gebruiksvoorwerpen die getuigen van het kloosterleven, voornamelijk uit religiosia
. Monstransen, kelken, liturgisch vaatwerk en linnen, enz.
Het zusterkleed werd ingevoerd op 21 maart 1805 en bleef nagenoeg ongewijzigd tot 1953. 

In de oudste regel van 1816 staat:
"Art. 5. Zy zullen gekleed zyn met een lang wit laken habyt, eenen zwarten laken schapulier en riem, een corps de jupe, eenen zwarten laken rok, blauwe of zwarte koussens.
Art. 6. Het paruer van het hoofd zal zyn, eenen witten lynwaeden doek zonder plooyen, daer boven eene zwarte mutse omzet met een wit lynwaede schroeyken, en eenen witten lynwaeden band voor het voorhoofd, die komt ontrent de wenkbrauwen, daer boven eene zwarte kamelotten of lynwaede voile: aen den hals een houten kruys met koperen Christus." 
Op 19 juli 1953 werd een grote aanpassing doorgevoerd. Het zwaar gesteven katoenen hoofddeksel vervangen door een plastiek boord en bef en de stof van het kleed werd lichter, i.p.v. het zware wollen weefsel.
Vanaf de jaren '60 onderging het kostuum snelle wijzigingen, tot in 1968 besloten werd dat de zusters de burgerkledij van het land waar ze verbleven, konden dragen. Er wordt verwacht dat de kledij sober is, maar er is geen uniform meer. Enkel het kruisje is voor alle zusters van Liefde, over de hele wereld, gelijk.
De archiefdienst verhuurt kostuums van de Zusters van Liefde onder bepaalde voorwaarden en aan 17 euro per volledig kostuum. 

De verzameling plannen en ontwerptekeningen is vrij uitgebreid en bevat documenten uit alle huizen van de congregatie, ook de overzeese. Deze collectie werpt een licht op de bouwgeschiedenis van de congregatie en de evolutie in de verwerving van domein. 

Deze zeer verscheidene collectie bevat veel afbeeldingen van algemene oversten: schilderijen, litho's en foto's.
Daarnaast worden ook de kaders bewaard uit de huizen van de congregatie, die niet meer gebruikt worden als decoratieve elementen, of, bijvoorbeeld in het geval van de kruiswegen
, niet meer functioneel zijn.